Een vlamboog kan ontstaan bij het onderbreken van stroom of bij het ontstaan van een kortsluiting. Wanneer een stroom onderbroken wordt, kan de lucht gaan ioniseren en ontstaat er een vlamboog. Hierbij blijft de nominale stroom lopen. De eigenschappen van deze boog zijn afhankelijk van factoren zoals het type spanning (AC of DC), de hoogte van de spanning en de stroomsterkte. Iedere schakelaar die de nominale stroom moet schakelen, moet in staat zijn deze boog te onderbreken of te doven.
De vlamboog die ontstaat bij een kortsluiting is veel gevaarlijker. De stroom is dan vele malen hoger en de vrijkomende energie kan schadelijk zijn voor zowel de installatie als personen die in de buurt aanwezig zijn.